Inkomstenbelasting calculator 2026
Last verified · Methodology
| Belastbaar inkomen | Te betalen belasting | Effectief tarief |
|---|---|---|
| € 25.000 | € 2.850 | 11,4 % |
| € 35.000 | € 6.890 | 19,7 % |
| € 50.000 | € 13.940 | 27,9 % |
| € 70.000 | € 22.560 | 32,2 % |
| € 90.000 | € 32.960 | 36,6 % |
| € 120.000 | € 48.370 | 40,3 % |
Voer uw belastbaar inkomen in Box 1 in en geef aan of u de AOW-leeftijd heeft bereikt. De calculator berekent de verschuldigde belasting op basis van de schijven van 2026 en trekt de algemene heffingskorting en arbeidskorting af.
Inkomstengegevens
€ 50.000 per jaar
AOW-gerechtigden betalen geen AOW-premie (17,9 %), waardoor het tarief in schijf 1 lager is.
Belastingberekening 2026
Te betalen belasting
€ 11.190
per jaar na heffingskortingen
Belasting voor kortingen
€ 18.485
Effectief tarief
22,4 %
Algemene heffingskorting
− € 1.763
Arbeidskorting
− € 5.532
Berekening op basis van Box 1 schijven 2026 (standaardtarief). Heffingskortingen zijn indicatief op basis van arbeidsinkomen. Overige kortingen (ouderenkorting, IACK, etc.) zijn niet meegenomen.
Box 1 inkomstenbelasting in Nederland
De inkomstenbelasting in Box 1 is progressief: hoe hoger uw inkomen, hoe hoger het tarief over het meerdere. In 2026 bedragen de twee hoofdtarieven 36,97 % (schijf 1 en 2) en 49,5 % (schijf 3). Let op: het tarief van 36,97 % in schijf 1 omvat ook de premies voor de AOW, de Anw (Algemene nabestaandenwet) en de WLZ (Wet langdurige zorg).
Heffingskortingen zijn kortingen die direct van de verschuldigde belasting worden afgetrokken. De algemene heffingskorting (maximaal € 3.362) geldt voor iedereen; de arbeidskorting (maximaal € 5.532) geldt voor mensen met arbeidsinkomen. Beide kortingen worden afgebouwd bij hogere inkomens.
Naast Box 1 bestaat de inkomstenbelasting ook uit Box 2 (aanmerkelijk belang) en Box 3 (sparen en beleggen). Elk jaar doet u aangifte inkomstenbelasting via de aangifte-app of de website van de Belastingdienst.
In 2026 kent Box 1 (inkomen uit werk en woning) twee tarieven voor mensen onder de AOW-leeftijd: schijf 1 bedraagt 36,97 % over inkomen tot € 38.441 per jaar; schijf 2 bedraagt ook 36,97 % over inkomen van € 38.441 tot € 76.817 per jaar; schijf 3 bedraagt 49,5 % over het inkomen boven € 76.817 per jaar. Het tarief in schijf 1 en 2 is identiek maar omvat voor schijf 1 ook de premies voor de volksverzekeringen (AOW, ANW, WLZ). Van de berekende belasting worden heffingskortingen afgetrokken.
Heeft u de AOW-leeftijd (67 jaar in 2026) bereikt, dan betaalt u geen AOW-premie meer (17,9 % van schijf 1). Hierdoor is uw effectief tarief in schijf 1 lager: circa 19,07 % in plaats van 36,97 %. Dit betekent dat AOW-gerechtigden aanzienlijk minder belasting betalen over hun inkomen in schijf 1, wat de lagere AOW-uitkering deels compenseert. Tevens ontvangen AOW-gerechtigden de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting (indien van toepassing).
De algemene heffingskorting (AHK) is een korting die direct op uw belastingaanslag in mindering wordt gebracht. In 2026 bedraagt de maximale AHK € 3.362. De korting wordt afgebouwd voor inkomens boven € 24.813: voor elke euro boven deze grens daalt de korting met 6,35 cent. Bij een inkomen van ca. € 77.000 is de AHK volledig afgebouwd naar nihil. De AHK is bedoeld om mensen met een laag inkomen minder belasting te laten betalen.
De arbeidskorting is een korting voor werkenden op hun arbeidsinkomen (loon, winst, freelance-inkomen). In 2026 bedraagt de maximale arbeidskorting € 5.532. De korting loopt op naarmate het arbeidsinkomen stijgt tot ca. € 39.059. Daarna blijft de korting op het maximum totdat het inkomen ca. € 124.935 bereikt; boven dit bedrag wordt de korting afgebouwd met 6,51 % per euro. Werkenden met een laag tot middeninkomen profiteren het meest van de arbeidskorting.
De Nederlandse inkomstenbelasting kent drie boxen. Box 1 omvat inkomen uit werk en woning (loon, winst, uitkeringen, eigenwoningforfait minus hypotheekrenteaftrek) en wordt belast tegen progressieve tarieven (36,97 % tot 49,5 %). Box 2 omvat inkomen uit aanmerkelijk belang (dividenden en verkoopwinst van een onderneming waarbij u 5 % of meer aandelenbelang heeft). In 2026 geldt een tarief van 24,5 % tot € 67.000 en 33 % daarboven. Box 3 omvat inkomen uit sparen en beleggen (vermogen boven het heffingsvrij vermogen van € 57.684 per persoon). Box 3 wordt belast op basis van een forfaitair rendement.
De voornaamste aftrekposten in Box 1 zijn: hypotheekrenteaftrek (voor eigenwoningschuld), lijfrentepremies (jaarruimte en reserveringsruimte), partneralimentatie (betaald), zorgkosten boven een drempel, scholingskosten (studiekosten voor een opleiding), giften aan erkende goede doelen (boven 1 % van uw drempelinkomen) en reisaftrek openbaar vervoer. Aftrekposten verlagen uw belastbaar inkomen in Box 1 en besparen u belasting tegen uw marginale tarief (36,97 % of 49,5 %). Zorg dat u de aftrek kunt aantonen met bewijsstukken.